naar top
Menu
Logo Print
07/09/2017 - VALERIE VERKAIN

HET POTENTIEEL VAN EEN GEBOUWBEHEERSYSTEEM
IN DE ZORGSECTOR

Betere customer experience belangrijke beweegreden om te investeren in gebouwbeheer

De meeste investeringsmaatschappijen weten het al. Investeren in een gebouwbeheersysteem maakt het gebouw toekomstbestendig en dus duurzamer. Bovendien helpt zo'n systeem ook om kosten te besparen en verhoogt het het comfort van de gebruiker. In een healthcarecontext biedt zo'n systeem onbeperkt veel mogelijkheden. Vooral dan als alle technieken zijn geïntegreerd onder één centraal beheersysteem.

WAAROM GEBOUWBEHEERSYSTEEM?

Integratie van alle technieken

Een gebouwbeheersysteem collecteert en beheert alle gebouwgebonden data, met als doel om o.a.:

  • data-uitwisseling met de gebouwbeheerder mogelijk te maken;
  • verschillende gebouwtechnieken op elkaar af te stemmen en te laten samenwerken;
  • gebruikerspatronen te monitoren en te voorspellen;
  • verschillende installaties en technieken in het gebouw centraal aan te sturen;
  • de performance van het gebouw te monitoren;
  • de workflow te verbeteren;
  • de customer experience te verhogen en de in het gebouw beschikbare technieken ten dienste van de gebouwgebruikers te stellen.

Terwijl er vroeger een apart beheersysteem per techniek was, bijvoorbeeld een buildingmanagementsysteem voor HVAC, één voor toegangscontrole en één voor camerabewaking, kunnen al die technieken nu centraalvia één gebouwbeheersysteem worden aangestuurd.

Tal van mogelijkheden voor healthcare

In een healthcarecontext biedt zo'n geïntegreerd systeem tal van mogelijkheden die het comfort van de gebruiker (patiënt, bezoeker, verzorgend personeel), de veiligheid binnen het gebouw en de algemene efficiëntie (en dus ook het kostenplaatje van beheer, energie- en personeelskosten, enz.) ten goede kunnen komen. Enkele voorbeelden:

  • Toegangscontrole: persoonlijke badges geven het personeel wel of geen toegang tot de kritische zones van het gebouw. Opslagplaatsen van verdovende middelen zijn voorzien van een badgescanner.
  • Patiënt flow: patiënten worden via hun smartphone begeleid tot aan de wachtkamer. Op hun smartphone krijgen ze notificaties over de wachttijden.
  • Patiënt experience: op een terminal naast het bed kan de patiënt tv kijken, maar zit ook de alarmbel, de controle over het licht, de radio, maar ook andere informatie zoals het menu van de dag.
  • Work flow: patiënten krijgen na aanmelding en het inlezen van hun identiteitskaart een bandje met daarop een barcode. Door de barcode in te scannen, kan het verzorgend personeel het medisch dossier van de patiënt opvragen en indien nodig bijwerken.
  • Veiligheid: RFID-tags helpen kindverwisseling en baby-ontvoeringen te voorkomen. De valdetectie in de kamers slaat alarm als een patiënt is gevallen.
  • Klimaatcontrole: in het operatiekwartier of in een couveuse kan de temperatuur, de luchtvochtigheid, de contaminatiegraad enz. worden opgevolgd en door het HVAC-systeem worden geoptimaliseerd.
  • Zorg vanop afstand: de patiënt meet thuis zijn bloeddruk en hartslag met behulp van een monitor die via een videolijn rechtstreeks in verbinding staat met het ziekenhuis. Het 'care'-plan van een patiënt is makkelijk opvolgbaar door de patiënt en naasten van de patiënt.

“STURING ZONWERING BLEEK GROOTSTE UITDAGING"

Johnson Controls gebouwbeheersysteem in Jeroen Bosch Ziekenhuis, Nederland

Johnson Controls effectueerde de volledige regelinstallatie, inclusief regelkasten en bekabeling, van het nieuwbouw Jeroen Bosch Ziekenhuis in 's-Hertogenbosch te Nederland. De realisatie van het project startte in 2008 en de ingebruikname vond plaats in 2011. In het ziekenhuis met 1.145 bedden en een oppervlakte van 120.000 m² implementeerde Johnson Controls diverse systemen voor o.a. de (na)regeling van de primaire klimaatinstallaties, de verlichting en de beveiliging, alsook voor de monitoring van de operatiekamers en de apotheek, en voor het uitsturen van energierapporten. Een grote uitdaging bleek echter de correcte regeling van de zonwering. “In het bestek voorzag men om per gevel (zuid, west, noord) de lamellen zonwering naar beneden te laten gaan", vertelt Richard Zuijderwijk, Business Development Manager Nederland. “Daarbij werd er echter geen rekening gehouden met het feit dat er mede door de omvang en de bouwkundige vormen van het ziekenhuis op een groot aantal ramen geen zon schijnt door de slagschaduw van een ander bouwdeel. Niettemin werd de zonwering ook op de ramen in de slagschaduw volledig dichtgestuurd. Wat tot gevolg had dat de zelfregelende hoog-frequente verlichting feller ging branden en ook het uitzicht en het natuurlijke daglicht van het personeel en de patiënten werd weggenomen." Johnson Controls bood een oplossing voor deze problemen. “Voor elke gevel werd er per uur een slagschaduwanimatie gemaakt over vijf verschillende hoogtes van de zon. Op basis van die gegevens werd de software voor de lamellensturing geschreven, waardoor de zonwering nu opengaat zodra deze in de schaduw komt. Voorts werd ook de stand van de zon ten opzichte van het ziekenhuis tot op een half uur nauwkeurig opgemeten, waardoor de lamellen in de juiste hoek worden gekanteld om de zon net buiten te houden."


OPBOUW

Een gebouwbeheersysteem bestaat grosso modo uit vier levels.

Level 1: het serverniveau

De servers zijn dedicated (en bevinden zich dus in een datacentrum of een serverruimte) of virtueel (in the cloud). Op dit niveau kan de gebouwmanager (via stations, browsers, multimedia ...) het gebruik en de werking van het gebouw in de gaten houden en indien nodig ingrijpen. Ook gegevensuitwisseling met derde partijen (zoals met human resource voor personeelsregistratie of met de facturatiedienst voor het factureren van de klant) kan op dit niveau plaatsvinden.

Level 2: het hardwirelevel

Dit is het LAN- en/of WAN-netwerk in het gebouw. Het vormt de brug tussen het server- en het controllerniveau. Via het netwerk geven die twee niveaus informatie aan elkaar door. Meestal is het hardwirelevel fysiek opgebouwd (door middel van bekabeling). Een draadloos netwerk kan ook, maar voor kritische infrastructuren (namelijk infrastructuren die voor slachtoffers kunnen zorgen als die uitvallen) krijgt een fysiek netwerk de voorkeur (meer zekerheid).

Level 3: het controllerlevel

De installaties en toestellen op dit niveau zijn ingeplugd op het netwerk (het hardwirelevel). Op het controllerniveau vindt men bijvoorbeeld de brandcentrale, de inbraakcentrale of de HVAC-controller voor het operatiekwartier.

Level 4: het sensorlevel

Dit niveau bevat alle sensoren. Dat kunnen rookdetectors, camera's, schakelaars, temperatuur/vochtopnemers enz. zijn. De sensoren geven de door hen opgepikte informatie aan het controllerniveau door.

“GEBOUWBEHEERSYSTEEM LEIDT OPERATIES IN GOEDE BANEN "

Siemens gebouwbeheersysteem in Algemeen Stedelijk Ziekenhuis, Aalst

In het Algemeen Stedelijk Ziekenhuis, campus Aalst, installeerde Siemens het Desigo gebouwbeheersysteem. Het ziekenhuis, met meer dan 17.000 klassieke opnames per jaar, besliste in 2011 om zijn operatiekwartier te vernieuwen. “Het operatiekwartier van het ziekenhuis was ruim 25 jaar oud, een eeuwigheid in ziekenhuistermen", vertelt Peter Lippens, Sales Manager Siemens Building Technologies. “De technische installaties, zoals airco en ventilatie, bleken verouderd, en ook de ICT-infrastructuur dateerde uit de jaren 1980. Daarbovenop waren er ook nieuwe normen en regels omtrent hygiëne en nauwkeurigheid tijdens operaties." Om alle uitdagingen aan te pakken en met een schone lei te herbeginnen, werd geopteerd voor een totaalrenovatie van het operatiekwartier. Hieronder vielen heel wat disciplines: architectuur, verlichting, HVAC, energie, beveiliging en ICT-infrastructuur. “Siemens tekende voor het hart van de renovatie: het gebouwbeheersysteem. Het Desigo automatiseringssysteem stuurt tal van aspecten van het operatiekwartier aan: HVAC, verlichting, zonnewering, deurcontrole en diverse medische en elektrische alarmen. Elke operatiezaal werd met een Desigo PX-controller uitgerust en kan dus autonoom functioneren. Er werd in elke zaal een operatorinterface voorzien met touchscreen, waarmee het medisch personeel de luchttoevoer (temperatuur, snelheid en flow), de status van medische gassen, de zonwering/verduistering, de verlichting (met zes instelbare lichtscenario's, bijvoorbeeld aangepast licht voor robotchirurgie of kijkoperaties), de drukhiërarchie in de operatiekamer en de deurbewegingen kan controleren."


INTEGRATIE

Dezelfde taal spreken

Neem nu: een rookdetector meldt rookvorming en slaat alarm. Via het netwerk geeft de brandcentrale het signaal door aan het serverniveau, waarna acties op gebouwniveau kunnen worden genomen (bijvoorbeeld het waarschuwen van de patiënten via de terminal in hun kamer, het stopzetten van de ventilatie ...). Het is dus belangrijk dat er interactie mogelijk is tussen de verschillende systemen (dat deze dezelfde 'taal' spreken). Dat kan zijn via uniforme protocollen, via zogenaamde API's (Application Programming Interface) of op (lokaal) cloud-/serverniveau.

Een bouwpakket

Een gebouwbeheersysteem kan worden gezien als een bouwpakket, bestaande uit diverse bouwstenen. De gebouwbeheerder kiest zelf uit hoeveel bouwstenen het pakket dient te bestaan en welke functies die dienen te hebben.Zo kan ervoor worden gekozen om enkel de takken elektriciteit, HVAC, toegangscontrole en brandveiligheid in het gebouwbeheersysteem op te nemen. Later kan dit dan worden uitgebreid, naargelang van de behoeftes (met bv. een tak inbraakwering of patiëntenzorg). Voor toepassing in zorginstellingen zijn er diverse add-onpakketten, bijvoorbeeld gevalideerde monitoringssystemen voor operatiekwartieren en apotheken, ondersteunende tools voor contamination control in operatiekamers, koppeling met het elektronisch patiëntendossier, enz.

Vooraf centraal gebouwbeheersysteem bepalen

De klassieke aanbestedingsmethode waarbij de uit te voeren technieken in aparte loten worden uitbesteed (bv. pakket brandcentrale, pakket HVAC, pakket elektriciteit) en achteraf dan pas wordt bekeken hoe de verschillende technieken kunnen worden geïntegreerd, is niet de beste methode. Ze bemoeilijkt de integratie van de technieken. Beter is dat er eerst wordt bepaald aan welk centraal systeemde technieken moeten kunnen worden gekoppeld en volgens welk communicatieprotocol de pakketten dienen te communiceren. Het communicatieprotocol moet per lot terdege worden beschreven in het lastenboek.

Open protocols

Meestal wordt er voor een open protocol geopteerd (het publiek kan de onderliggende codes en specificaties van open protocols raadplegen, bij gesloten protocols behoren de codes en specificaties tot het bedrijf dat hen creëert en zijn er gebruikerslicenties vereist). Bij de implementatie van de onderliggende technieken hangt men bijgevolg niet vast aan een bepaald merk. Hetzelfde protocol wordt immers ondersteund door verschillende fabrikanten.

Rendementsbepalende factoren

Er zijn enkele factoren die het rendement van het gebouwsysteem mee bepalen. Zo is het belangrijk dat de verschillende systemen goed op elkaar worden afgestemd, dat er bruikbare analysetools worden ingezet, dat de systeemkennis van de medewerkers wordt gefinetuned, dat er idealiter algoritmes worden toegepast om te anticiperen op het gedrag van de gebruikers en dat er maintenance consultants worden ingehuurd die continu de software optimaliseren die het gebouwbeheersysteem aanstuurt.

“WENS VAN DE KLANT OM ZO VEEL MOGELIJK TECHNIEKEN CENTRAAL TE BEHEREN"

Honeywell Enterprise Building Integrator in AZ Groeninge, Kortrijk

Honeywell implementeerde in het AZ Groeninge Kortrijk (campus Kennedylaan) het Honeywell gebouwbeheersysteem EBI (Enterprise Building Integrator). In het nieuwbouwziekenhuis met een oppervlakte van ongeveer 110.000 m² en meer dan 1.050 erkende bedden en 35.000 opnames per jaar, had men de uitdrukkelijke wens om zo veel mogelijk technieken centraal te kunnen beheren via een overkoepelend gebouwbeheersysteem platform dat geïntegreerd zit in het IT-netwerk van het ziekenhuis. De implementatie van het systeem gebeurde in twee fases (bouwstap 1 in 2008/2009, bouwstap 2 in 2016-2017). Het EBI-gebouwbeheersysteem neemt tal van functies op zich. Dat gaat van het beheer van toegangscontrole, branddetectie, warmte- en koudeproductie, ventilatie en airconditioning, energiemetingen, verlichtingssturing en monitoring van alarmen, tot het beheer van andere technieken zoals elektrische HS- en LS-installaties, liften, regen- en afvalwaterinstallaties enz. De implementatie en indienststelling van het systeem vroegen een goede organisatie van Honeywell. Ze kregen een strikte uitvoeringstermijn bij de indienststelling van het gebouwbeheersysteem, wat vroeg om goede afspraken tussen de Honeywell technici en de verschillende hoofdaannemers die de technieken installeerden.