Tuinmachines Reijmers: van oud naar nieuw

Het is dinsdagochtend, 5 maart. Het is nog kil en donker buiten terwijl de regen zachtjes tegen het raam tikt. De bleke TL-lamp flikkert hardnekkig om uiteindelijk een flauw licht te werpen op de nog stille werkplaats. Luc stapt kordaat langs werkposten en materiaalkarren naar de aanpalende winkel en draait de deur van het slot.
20 jaar vakmanschap
Tuinmachines. Dat is wat hij verkoopt en herstelt. Al bijna 20 jaar. In 2004 nam hij de zaak van zijn vader over. Iedereen kende hem, Georges Reijmers. Luc mist hem nog elke dag. Corona… Er veranderde in al die jaren wel wat in de branche, maar toch sleutelt Luc nog even graag aan de machines als in de begindagen. Nergens voelt hij zich zo thuis als in deze werkplaats.
Nog even en dan zijn ze er weer, denkt Luc. Seppe en Jeroen, de 2 jonge mecaniciens die hij noodgedwongen in dienst nam. Anders kreeg hij zelf al het werk niet meer gedaan. Hij klopte vaak lange dagen van maar liefst 16 uren, maar dat was niet langer houdbaar. Ja, Tuinmachines Reijmers is zeer bekend. Die oude meneer Kempen komt zelfs van 20 km verderop helemaal naar hier gereden met z’n aanhangertje. “De oudste machines krijg ik terug aan de praat”, oppert Luc met een voldaan lachje. Hij is best fier op zijn succesvolle zaak.
Vandaag monteren?
“Hopelijk worden vandaag die verdomde onderdelen wel geleverd. We wachten nu al zo lang.” Luc neemt snel een stand van zaken op in zijn atelier. De rode maaier daar is bijna zo oud als zijn eigenaar, maar met een nieuwe startmotor is hij zo goed als nieuw. De kettingzagen van tuinaannemer Ravels kunnen zo weer gebruikt worden, als tenminste de kettingen geleverd worden. In de hoek staan de bosmaaiers van Gemeente Rummen er wat treurig bij, allemaal wachtend op een nieuwe maaikop. Luc wachtte gisteren tevergeefs de hele dag. Er werd niets geleverd. Hij rijdt de maaier van juffrouw Van Praet opnieuw het rommelige magazijn in, hopend dat vandaag de juiste messen kunnen worden gemonteerd.
Magazijn op stelten
Hier moet ik ook eens dringend opruimen, denkt Luc bij zichzelf. Hij duwt met zijn voet de dozen met oliebussen aan de kant en laat de maaier achter in het gangpad. Hij rangschikt de V-snaren op grootte en zet de bakjes met bouten en moeren in de juiste volgorde. Overal waar hij kijkt, liggen, staan en hangen onderdelen voor allerlei tuinmachines. En dat in alle soorten en maten, hopeloos door elkaar. De schappen kreunen onder het gewicht van het opgestapelde materiaal. Hier en daar hadden enkele de jarenlange strijd opgegeven. Hij herinnert zich nog hoe hij als kleine jongen toekeek terwijl zijn vader deze rekken eigenhandig in elkaar timmerde. Een beetje moedeloos schuifelt Luc terug naar het atelier.
Al klaar?
Daar stommelen Jeroen en Seppe ondertussen binnen, met elkaar grappend en hevig typend op hun nieuwste mobieltje. Het is 7:30u. Nog een half uurtje en dan hangen de klanten weer aan de telefoon. Hij hoort ze al mopperen en kreunen: “Wanneer kan ik mijn machine komen halen? Het is echt dringend, hoor! Hoezo, is het nog steeds niet klaar…?” Wat haat hij dat, zijn klanten telkens weer moeten teleurstellen of ze met lege handen naar huis sturen.
Een lastig karwei
In zijn kantoor ploft hij wat lusteloos in zijn nieuwe bureaustoel. Stapels papier glijden als een waterval van zijn bureau. Verzendbonnen, rekeningen, garanties… Hemel, wie kan daar nog aan uit? Wat een puinhoop… Zijn administratie, ooit eenvoudig en overzichtelijk, werd steeds ingewikkelder naarmate zijn bedrijf groeide. En sinds Maggie aan het werk is gegaan in het lokale ziekenhuis, is deze saaie job echt een lastig karwei voor hem. Vaak zit hij ’s avonds tot in de late uurtjes achter zijn bureau, worstelend met facturen en magazijnbonnetjes.
Lees hier verder over de onverwachte ontmoeting…

