Gids voor klimaatadaptief bouwen
Verkoelen met groene daken en blauwe infrastructuur
Extreme hitte, periodes van droogte of plotse wateroverlast zijn almaar vaker realiteit. Onze steden vol gebouwen en verharde oppervlakken versterken het hitte-eilandeffect, terwijl intensere regenbuien tot overstromingen leiden. Naast klimaatmitigatie, het terugdringen van CO2-uitstoot, is klimaatadaptatie cruciaal: onze leefomgeving aanpassen aan de nieuwe realiteit. Hoe maken groenblauwe infrastructuur, waterretentie en fauna-inclusief bouwen onze openbare ruimte weerbaarder in dit nieuwe klimaat?
Klimaatadaptatie als ontwerpstrategie
Onze maatschappij staat voor grote uitdagingen. De voorspelde groei van huishoudens zorgt voor een stijgende druk op de beschikbare ruimte en infrastructuur. De ruimtelijke planning van de regering legt de nadruk op betere verdichting in stedelijke centra en dorpskernen. “Die verdichting samen met de klimaatopwarming houdt risico’s in, zoals een toename van het hitte-eilandeffect, wateroverlast, een dalende grondwaterspiegel … Om die gevaren te vermijden, is het belangrijk onze gebouwen en hun omgeving klimaatmitigerend en adaptief te ontwerpen en te bouwen”, stelt Wim Garmyn, projectcoördinator klimaatadaptief bouwen bij Embuild. De bouwsector is al bekend met doeltreffende oplossingen richting klimaatadaptief bouwen. Denk maar aan materialen die geen warmte absorberen, of het integreren van groenblauwe oplossingen rond onze gebouwen.
Groenblauw is geen esthetiek, maar stedelijke basisinfrastructuur
Maar er is nog veel werk voor de boeg. De visie van Embuild om de klimaatproblemen te tackelen steunt op twee pijlers: mitigatie en adaptatie. De eerste stap, het mitigeren, pakt de oorzaken van het probleem aan. Denk aan de Europese klimaatwet die een netto nuluitstoot van broeikasgassen oplegt tegen 2050 of de Vlaamse renovatieverplichting.
De tweede pijler, het adapteren, zet in op het aanpassen aan de toekomstige werkelijkheid. Wim Garmyn ziet drie manieren om daartoe te komen:
- het implementeren van technische oplossingen,
- het creëren van groenblauwe infrastructuur, en
- het opzetten van doelgerichte klimaatprojecten.
“Technische oplossingen in de bouwschil kunnen vooral helpen het hitte-eilandeffect terug te dringen. Denk aan het gebruik van witte bouwmaterialen. Het uitbreiden van onze groenblauwe infrastructuur heeft niet alleen een recreatieve en esthetische functie, maar draagt ook bij aan een beter watermanagement, heeft een luchtzuiverende werking, verhoogt het fysiek en mentaal welzijn en gaat mee het hitte-eilandeffect tegen. Wanneer we tot slot ook faunavoorzieningen integreren in onze nieuwe projecten, bouwen we voor mens én dier. Dat komt de biodiversiteit ten goede."
Van afvoer naar spons
Water is in Vlaanderen tegelijk in overvloed én schaars. Verharde oppervlakten en verdichting zorgen ervoor dat regenwater te snel naar riolering en waterlopen stroomt en infiltratie in de ondergrond wordt vermeden. Klimaatadaptief bouwen vertrekt daarom van een eenvoudig principe: houd water zo lang mogelijk vast waar het valt, buffer het tijdelijk en laat het lokaal infiltreren.
“In plaats van alles af te voeren, werken we met hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, wadi’s en infiltrerende verhardingen. Dat dempt piekafvoeren en beperkt het overstromingsrisico, maar werkt tegelijk als een spaarpot: infiltratie vult de grondwatervoorraden aan, waardoor een site robuuster wordt in periodes van droogte. Niet toevallig verplicht de Vlaamse stedenbouwkundige verordening hemelwater bij nieuw en heraanleg infiltratiemaatregelen. Heel wat steden en gemeenten leggen bij verkavelingen en publieke projecten nog extra eisen op."
Een tweede sleutel is ontharden: minder gesloten asfalt of beton en – waar verharding nodig blijft – kiezen voor waterdoorlatende materialen zoals grasdallen, infiltrerende klinkers of open voegen op een doorlatende fundering.
"Zo krijgt water opnieuw een weg naar de bodem, verminderen wateroverlast en hittestress, en verbetert de leefkwaliteit. Gent stuurt daar bijvoorbeeld expliciet op door bij heraanleg van het openbaar domein gemiddeld 15% minder verharding na te streven en die waar mogelijk te vervangen door groen of doorlatende verharding”, aldus Wim Garmyn.
Groendaken als klimaatmachine
Op gebouwniveau versterken groendaken het watersysteem als multifunctionele oplossing: ze combineren waterretentie, hittereductie, biodiversiteit en esthetische waarde. De substraatdikte bepaalt de mogelijkheden. Hoe dikker de laag, hoe groter de diversiteitskansen, maar ook hoe hoger de eisen aan draagkracht, kosten en beheer. Extensieve groendaken met sedums, kruiden, grassen en heesters zijn licht, betaalbaar en vragen weinig onderhoud. Biodiverse varianten zoals lente- en zoemdaken bieden extra voedsel en leefruimte voor insecten en vogels. Verdamping op het dakoppervlak is bij dergelijke daken een aandachtspunt. Die kan worden beperkt door afscherming tegen wind en felle zon.
Intensieve groendaken functioneren dan weer als geïrrigeerde daktuinen: zwaarder en onderhoudsintensiever, maar met veel meer recreatieve en landschappelijke waarde. Het combineren van zonnepanelen met groendaken biedt een systeem waarbij het groen het dak afkoelt en zo het rendement van de zonnepanelen ondersteunt. Tegelijkertijd houden specifieke opstellingen van de panelen rekening met lichttoetreding en biodiversiteit onder de panelen.
In dezelfde ambitie past het Klimaatdak-protocol van Embuild. “Dat heeft de ambitie om tegen 2030 op elk nieuw plat dak groene en/of blauwe ingrepen te integreren, aangevuld met minstens één extra functie. Dat kunnen zonnepanelen zijn, een recreatieve toepassing, urban farming of additionele waterberging. Tegen 2050 willen we met het protocol maximaal inzetten op multifunctionaliteit: groen, blauw (waterberging), geel (zonne-energie) en rood (gebruik), met aandacht voor circulariteit en herbruikbare materialen”, licht Wim Garmyn toe.
Tenslotte loont het om de juiste waterbron op het juiste moment te gebruiken. “Grijswaterrecuperatie (licht vervuild water van douche, wastafel of wasmachine) kan na lokale opzuivering, perfect dienen voor toiletspoeling of tuinirrigatie, individueel of collectief op gebouwniveau. Gecombineerd met regenwateropvang, buffering, infiltratie en ontharding ontstaat een robuust watersysteem,’ beschrijft Wim Garmyn.
Groenblauw verbinden: het aderstelsel van de stad
De tweede pijler – de groenblauwe netwerken – zet in op het verbinden van groen (bomen, parken, gevelgroen, groendaken) en blauw (grachten, vijvers, beken, wadi’s) tot één samenhangend systeem. Je kunt het zien als het aderstelsel van een gebied: waar het netwerk goed werkt, circuleert het leven beter. Water wordt langer vastgehouden, hitte wordt afgevoerd en soorten krijgen ruimte om zich te verplaatsen. In Vlaanderen is dat extra belangrijk omdat natuurgebieden versnipperd zijn door verstedelijking en intensieve landbouw. Door groene en blauwe elementen te koppelen, creëer je ecologische corridors.
Groen levert cruciale ecosysteemdiensten: waterretentie, verkoeling, luchtzuivering, voedselproductie … Maar meer groen alleen is niet genoeg. Kwalitatief groen vraagt diversiteit, inheemse soorten, meerdere vegetatielagen opgebouwd uit bodembedekkers, struiken en bomen. Groen in projecten en publieke ruimte zorgt voor schaduw en verdamping, verlaagt lokale luchttemperaturen, verhoogt infiltratie en versterkt biodiversiteit.
De bodem is het fundament van biodiversiteit en waterbeheer. Verdichting, te intensief beheer of bestrijdingsmiddelen breken dat systeem af. Een gezond netwerk vraagt dus: geen verdichting, geen pesticiden, werken met organisch materiaal en kringlopen en waar mogelijk extensiever beheer. Een levende bodem verbetert infiltratie, verhoogt worteldoorlaatbaarheid en maakt beplanting veerkrachtiger tijdens droogte en hitte.
Klimaatadaptatie wordt pas impactvol wanneer het norm wordt in vergunningen
Passieve koeling via groenblauw
Verharding en bouwmassa’s veroorzaken het hitte-eilandeffect: tijdens hittegolven ligt de temperatuur in steden merkbaar hoger dan in een landelijke omgeving. Groenblauwe netwerken bieden hier passieve koeling: schaduwbomen, ontharding, groendaken en groengevels doorbreken warmtestromen. Combineer dit met ontwerpmaatregelen zoals luifels, pergola’s, zonwering, lichte dak- en gevelmaterialen, nachtventilatie en koele buitenruimtes. Zo daalt niet alleen de gevoelstemperatuur, maar ook de nood aan actieve koeling binnen.
Nest- en schuilplekken in de bouwschil
De laatste pijler, het fauna-inclusief bouwen, vertrekt van het idee dat we niet alleen voor mensen bouwen, maar ook ruimte maken voor soorten die in en rond gebouwen leven, zoals huismussen, gierzwaluwen, huiszwaluwen, vleermuizen en wilde bijen. Door renovatie en nieuwbouw verliezen ze vaak hun nest- en schuilplaatsen. Door nestgelegenheden en verblijfsplekken slim in de bouwschil te integreren – bijvoorbeeld via kieren, open voegen, inbouw- en opbouwkasten – verhoog je de overlevingskansen zonder in te boeten op de bouwkwaliteit. Het werkt pas echt goed als je rekening houdt met de 6V’s: voedsel, vocht, veiligheid, variatie, verbinding en voortplanting. Ook buiten de schil kan je kansen creëren via groendaken, groene wanden en tuinen met inheemse beplanting.
Beleid als versneller
Vandaag bestaan er al tal van pilootprojecten, sectorinitiatieven, onderzoeksprojecten … om deze klimaatadaptieve maatregelen te promoten en verder te verfijnen. De echte gamechanger zit in het verankeren van de maatregelen in het beleid. Het Vlaams klimaatadaptatieplan geeft bijvoorbeeld al een heldere richting over bouwen in overstromingsgevoelige zones. Het kan niet meer behalve wanneer het nodig is voor openbare dienstverlening. In dat laatste geval moet het waterrobuust gebeuren.
Het beleid kan nog verder gaan door water langer in het systeem te houden door grijswaterrecuperatie actief te stimuleren of op te leggen, bijvoorbeeld via pilootprojecten op publieke gebouwen en gedeelde oplossingen op buurtniveau.
De echte hefboom zit in verankering in plannen en voorschriften: als klimaatadaptieve eisen worden opgenomen in RUP’s, BPA’s en stedenbouwkundige verordeningen, worden ze automatisch de norm in vergunningen en blijven ze overeind. Audit Vlaanderen wijst daarbij op gemeenten die via dergelijke voorschriften klimaatadaptatie afdwingen met harde, toetsbare voorwaarden. Zo vermijden ze risico’s aan de bron, normaliseren slimme waterkringlopen en organiseren klimaatadaptatie juridisch en organisatorisch op zo’n manier dat het niet uitzonderlijk, maar vanzelfsprekend is.