Uitfasering mazout zet sector onder druk: installateurs luiden alarm
De versnelde uitfasering van stookolie moet de verwarming in Wallonië verduurzamen. Installateurs waarschuwen echter dat de sector nog niet klaar is en dat de overheid onvoldoende voeling heeft met de realiteit op het terrein. In een context van slecht geïsoleerde gebouwen, beperkte budgetten en ontoereikende infrastructuur blijken warmtepompen geen mirakeloplossing. Installateurs pleiten daarom voor een geleidelijke aanpak, met voldoende tijd om zich aan te passen. Dat blijkt uit een enquête van beroepsfederatie Techlink bij 241 professionals.
Begrip voor energietransitie
In december 2025 en januari 2026 bevroeg Techlink haar leden over de decarbonisering in Wallonië. In totaal namen 241 professionals deel. Voornamelijk ervaren zaakvoerders van kleinere HVAC-bedrijven die actief zijn op de residentiële markt in de provincies Luik, Henegouwen, Namen, Luxemburg en Waals-Brabant.
Opvallend: in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, zijn installateurs in Wallonië niet gekant tegen de uitfasering van fossiele brandstoffen. Integendeel, 70% erkent de noodzaak om de CO₂-uitstoot bij de verwarming van gebouwen te verminderen.
Toch bestaan er twijfels over de haalbaarheid van die omschakeling op korte termijn. Slechts 55% zegt voorstander te zijn van de decarbonisering van verwarming, terwijl 44% zich eerder sceptisch opstelt. Vooral de praktische uitvoering baart hen zorgen: 80% vindt dat de sector vandaag niet klaar is voor de energietransitie.
“Installateurs hopen op een duurzame oplossing die de bestaande infrastructuur maximaal benut”
Kloof tussen beleid en praktijk
Een ruime meerderheid (86%) vindt dat de overheid niet voldoende voeling heeft met wat er op het terrein speelt. Volgens Jean-Bernard Cuvelier, Transition Manager Renewables bij Techlink, zorgt die kloof tussen beleid en praktijk voor frustratie: “Ze leidt tot onstabiele regels, onduidelijkheid en maakt het voor professionals moeilijk om hun klanten goed te adviseren.”
Installateurs ervaren de regelgeving als onvoorspelbaar. Ze vragen om een duidelijk uitgestippeld traject en om tijd om zich aan te passen. Uit de enquête blijkt dat HVAC-bedrijven het liefst 10 jaar nodig hebben om hun vaardigheden, bedrijfsmodellen en apparatuur aan te passen. “Het probleem ligt dus niet bij de richting van het beleid, maar bij het feit dat installateurs te laat en onvoldoende worden geïnformeerd”, verduidelijkt Cuvelier.
“Komt daarbij dat 96% van hun klanten weinig tot geen inzicht hebben in welke regels en uitdagingen er zijn bij het verduurzamen van een verwarmingsinstallatie. Slechts 4% weet wat hen te doen staat. Daardoor wordt de installateur in de praktijk het belangrijkste aanspreekpunt om complexe beleidsmaatregelen uit te leggen – zonder vaak zelf over een duidelijk en stabiel kader te beschikken.”
Meer ondersteuning is dan ook nodig. Vandaag weet twee derde van de professionals (67%) niet hoe hun regio zich op lange termijn van warmte wil voorzien: komt er een uitrol van warmtenetten, wordt de capaciteit van het elektriciteitsnet aangepakt en wat wordt de rol van gas? “Nochtans vindt 95% van hen die informatie net essentieel om klanten degelijk te kunnen adviseren.”
“Daarnaast schiet ook de communicatie van de netbeheerders tekort. Drie op de vier professionals vinden dat de netbeheerders onduidelijk communiceren over de beschikbare elektriciteitscapaciteit. “En dat bemoeilijkt niet alleen het opstellen van correcte offertes, maar zet ook een rem op een vlotte projectplanning.”
Installateur wordt niet voldoende geïnformeerd
Installateurs pleiten voor een flexibel beleid dat verschillende oplossingen openhoudt. Geen one-size-fits-all dus, maar een aanpak op maat van het gebouw en de technische realiteit.
“Volgens hen moet eerst de basis op orde zijn. Zo vinden professionals dat de Waalse energienetten voldoende moeten worden uitgebouwd vóór de decarbonisering van verwarming echt kan worden doorgeduwd. In dat verhaal zien ze e-fuels als een mogelijke tussenstap, om de omschakeling geleidelijker - en betaalbaarder - te laten verlopen”, verduidelijkt Cuvelier.
Die voorkeur komt ook duidelijk naar voren in de investeringsprioriteiten. Op de vraag waarin het meest geïnvesteerd moet worden in de Waalse residentiële markt, staan e-fuels (40%) bovenaan. Ze gaan daarmee elektriciteits- en gasnetten (27%) en warmtenetten (12%) vooraf. “Het toont dat installateurs hopen op oplossingen die de bestaande infrastructuur maximaal benutten, terwijl ze tegelijk de uitstoot verminderen.”
“De lucht-water warmtepomptechniek is deze waarmee installateurs het best vertrouwd zijn”
Krijgen warmtepompen voet aan wal in Wallonië?
“Installateurs maken zich zorgen over de praktische uitrol van warmtepompen: in veel regio’s waar zij actief zijn, heeft het elektriciteitsnet vandaag nog onvoldoende capaciteit om warmtepompen op grote schaal uit te rollen”, aldus Cuvelier.
De meeste installateurs hebben intussen al ervaring met warmtepompen. Toch heeft 11% aan er nog geen te hebben geïnstalleerd, wat erop wijst dat een deel van de sector nog in een aanpassingsfase zit.
In de praktijk worden vooral lucht-water (51%) en lucht-lucht (33%) systemen geïnstalleerd. Geothermische warmtepompen blijven voorlopig minder populair, omdat ze als complex en duur worden ervaren.
“De belangrijkste drempels om een warmtepomp te installeren, zijn de installatieprijs, de elektriciteitsprijs en de isolatiegraad van de woning. Uit de bevraging blijkt dat de isolatie van gebouwen vaak te wensen overlaat: minder dan de helft van de gebouwen die de installateurs tegenkomen zijn voldoende geïsoleerd om een warmtepomp efficiënt te laten werken”, aldus Cuvelier.
“Zelfs wanneer een gebouw geschikt is, wordt een warmtepomp niet automatisch aangeraden: 45% van de installateurs doet dat wel, 32% raadt een warmtepomp soms aan als het gebouw geschikt is en 24% helemaal niet. Factoren zoals de hoge installatieprijs, de voorkeur van de klant en twijfels over de werkelijke prestaties spelen daarbij een belangrijke rol.”
Ook de netbeheerders kunnen nog een tandje bijsteken. “47% van de professionals vindt dat ze te lang moeten wachten op de netbeheerders voor aanpassingen aan de digitale meter bij de installatie van warmtepompen. Die wachttijden vormen dan ook een belangrijke operationele rem op de uitrol van warmtepompen.”
– volgens 70% van de bevraagde professionals heeft 1 op de 5 geïnstalleerde lucht-water warmtepompen een elektrische weerstand nodig om in de verwarmingsbehoefte te kunnen voorzien tijdens koudepieken
– 70% van de professionals geeft aan dat een meerderheid van de geïnstalleerde warmtepompen een bijkomend fossiel systeem (op gas of mazout) nodig heeft om het hele jaar door voldoende verwarming te garanderen
– twee derde van de respondenten zegt dat hogetemperatuurwarmtepompen minder dan 40% van hun installaties uitmaken en bevestigt daarmee dat deze technologie een niche-oplossing blijft binnen het bestaande gebouwenbestand
Is de installateur klaar voor warmtepompen?
In de enquête werd ook gepeild naar hoe klaar installateurs zijn — zowel qua materiaal als personeel — om warmtepompen te installeren.
Voor lucht-luchtwarmtepompen zegt 44% dat ze er volledig klaar voor zijn, terwijl 30% zich deels voorbereid voelt. Ongeveer een kwart (26%) geeft aan nog weinig of niet klaar te zijn.
Bij lucht-waterwarmtepompen ligt dat anders. Maar liefst 88% van de installateurs beschikt over een team dat hiermee aan de slag kan. Het is dan ook de techniek waar de sector vandaag het best op is voorbereid.
Geothermische warmtepompen blijven een ander verhaal. Slechts de helft van de installateurs voelt zich klaar om die te installeren. Dat komt vooral omdat deze techniek complexer is en specifieke kennis en vaardigheden vraagt die nog niet bij iedereen gekend zijn.
Een groot knelpunt blijft daarbij ook het vinden van geschikt personeel. Zo geeft 95% van de bedrijven aan moeite te hebben om warmtepompinstallateurs te rekruteren. Dat tekort vormt een duidelijke rem op de energietransitie.
Wat met centrale verwarming op biomassa?
Biomassa blijft voorlopig een weinig gebruikte oplossing in Wallonië. Zo heeft 65% van de installateurs nog nooit een centrale verwarming op biomassa geplaatst.
“Ook qua expertise is er nog werk aan de winkel. Bijna de helft (47%) voelt zich niet klaar om deze systemen te installeren, terwijl 16% maar gedeeltelijk voorbereid is. Slechts 37% zegt over de juiste kennis en vaardigheden te beschikken”, verduidelijkt Cuvelier.
Of een aansluiting op een warmtenet?
“Warmtenetten zijn nog minder goed ingeburgerd. Zo heeft 85% van de installateurs nog nooit een gebouw op een warmtenet aangesloten. Bovendien geeft 60% aan dat hun bedrijf technisch niet uitgerust is om zulke aansluitingen te realiseren.”
Kan propaan een oplossing zijn?
Verwarming op propaan is goed gekend in de sector. Zo heeft 92% van de professionals er al mee gewerkt. Slechts 8% voelt zich niet klaar om deze technologie te installeren. Voor veel installateurs is propaan dan ook een vertrouwde en toegankelijke oplossing binnen de energietransitie.
"Toch klinkt er ook nuance. Twee derde van de respondenten wil vermijden dat de overstap neerkomt op een verschuiving van de ene fossiele brandstof naar de andere. Mazout vervangen door propaan is volgens hen geen echte decarbonisering, maar eerder een uitstel van het probleem.”