Vanaf 2029 kan een warmtepomp een pak beter concurreren met een gasketel
Goed ontworpen en afgeregelde installatie maakt het verschil tussen rendabel en niet-rendabel
De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) onderzocht in haar studie van mei 2026 onder welke omstandigheden een warmtepomp rendabeler is dan verwarming op fossiele brandstoffen.
Wat is nodig om een lucht-water warmtepomp rendabel te maken?
De studie van de CREG vergelijkt de rentabiliteit van verwarming met een warmtepomp ten opzichte van verwarming met systemen die op fossiele brandstoffen werken.
In deze studie wordt onder meer beschreven onder welke omstandigheden de investering in een lucht-waterwarmtepomp onder een variabel elektriciteitscontract in België rendabel zou zijn (zie Tabel 1). Hierbij wordt een onderscheid gemaakt volgens het jaarlijkse warmteverbruik (7.000, 12.000, 22.000 of 29.000 kWh per jaar), de efficiëntie van de warmtepomp (een SCOP van 2,9 of 3,6), het gewest van de installatie (Wallonië, Brussel of Vlaanderen), de status van de klant (al dan niet beschermd) en het beschikbare fossiele alternatief (aardgas (NG), stookolie (HF) en propaan (PR)).
Vervolgens zijn de voorwaarden bepaald om de rentabiliteit te bereiken (aangeduid met een kleur in de tabel):
- zeer lichtgroen: er zijn geen aanvullende maatregelen nodig om de rentabiliteit te garanderen, aangezien de investering al rendabel is bij de huidige prijsverhoudingen
- lichtgroen: de taxshift tegen 2029 is voldoende om de rentabiliteit van de investering alleen te garanderen
- donkergroen: een ETS2-prijs van 60 euro/ton CO2 is voldoende om de rentabiliteit van de investering te garanderen
- zeer donkergroen: een ETS2-prijs van 120 euro/ton CO2 is voldoende om de rentabiliteit van de investering te garanderen
De belangrijkste conclusies uit de studie
1. Onder de huidige prijsverhoudingen zijn er extra maatregelen nodig om warmtepompen rendabeler te maken tegenover aardgas.
2. Concurreren met gasketels blijft het moeilijkst. Tegen stookolie en propaan zijn warmtepompen veel sneller rendabel dan tegen aardgas.
3. Warmtepompen in Vlaanderen staan er in vergelijking met Wallonië en Brussel het best voor door lagere elektriciteitskosten. Ook het capaciteitstarief blijkt relatief gunstig voor warmtepompen.
4. De federale taxshift bouwt accijnzen op elektriciteit af. De CREG berekent dat de prijs van elektriciteit hierdoor tegen 2029 zal dalen met ongeveer -1,1 cent/kWh. Gas wordt duurder doordat diezelfde taxshift de accijnzen op aardgas verhoogt: +0,4 cent/kWh gas tegen 2029. Let wel, deze berekening houdt geen rekening met de geplande Vlaamse belastingverschuiving vanaf 2028 – waardoor de elektriciteitsprijs nog verder zal dalen ten opzichte van aardgas.
5. De invoering van ETS2 is doorslaggevend voor de rentabiliteit van lucht-waterwarmtepompen. Verwacht wordt dat de gas- en stookolieprijs tegen 2029 zodanig zal stijgen, dat warmtepompen in veel situaties rendabeler worden dan aardgasverwarming. Gas stijgt ongeveer +1,5 cent/kWh bij een ETS2-prijs van 60 euro/ton CO2 en +2,9 cent/kWh bij ETS2-prijs van 120 euro/ton CO2.
Tabel 2: Impact van de federale belastingverschuiving en verschillende waarden van ETS2 op de prijs van elektriciteit en gas, op de totale verwarmingsfactuur en op de effectieve prijsverhouding
6. De businesscase van een warmtepomp wordt een pak interessanter bij klanten met:
- aardgas
- hoge warmtevraag (>12.000 à 17.000 kWh)
- vloerverwarming of voldoende gedimensioneerde radiatoren die lage aanvoertemperaturen toelaten
- een installatie die een SCOP van minstens 3,5 haalt
Dat betekent met andere woorden dat de volgende generatie installateurs zich zal moeten onderscheiden door het professioneel in dienst stellen en optimaliseren, niet door het plaatsen van toestellen
7. De prestaties (SCOP) zijn de sleutel. Een warmtepomp met SCOP 3,6 is economisch een pak interessanter dan exact hetzelfde toestel met SCOP 2,9. Een goed ontworpen en afgeregelde installatie maakt het verschil tussen rendabel en niet-rendabel. De CREG verwijst in de studie naar praktijkmetingen waaruit blijkt dat een correct ontworpen en afgeregelde warmtepomp in een minder goed geïsoleerde woning soms een hogere SCOP kan behalen dan een slecht ingestelde installatie in een beter geïsoleerde woning.
8. De installateur wordt cruciaal, want de werkelijke prestaties blijken regelmatig lager te liggen dan de theoretische fabriekswaarden. De oorzaken hiervan zijn:
– te hoge aanvoertemperatuur
– verkeerde stooklijn
– te veel start/stops
– elektrische bijverwarming die vaak aanslaat
– slechte dimensionering
– slechte regeling sanitair warm water
Dat betekent met andere woorden dat de volgende generatie installateurs zich zal moeten onderscheiden door het professioneel in dienst stellen en optimaliseren, niet door het plaatsen van toestellen.