Basisschakelingen met schakelaars
In een elektrische installatie worden verschillende soorten schakelingen gebruikt om verlichting of toestellen te bedienen. Welke schakeling gebruikt wordt, hangt af van het aantal bedieningsplaatsen en de toepassing.
Enkelpolige schakeling
De enkelpolige schakeling is de meest gebruikte schakeling in woningen. Met deze schakeling kan je één lamp of toestel vanop één plaats aan- en uitschakelen. De schakelaar onderbreekt enkel de fasedraad. Wanneer de schakelaar uit staat, wordt de stroomkring onderbroken.
Dubbelpolige schakeling
Bij een dubbelpolige schakeling worden zowel de fasedraad als de nulgeleider onderbroken. Hierdoor wordt de verbruiker volledig losgekoppeld van het net, wat extra veiligheid biedt.
Dubbelpolige schakelaars worden gebruikt:
- bij grotere vermogens;
- in vochtige of technische ruimtes;
- voor bepaalde buiteninstallaties.
Wisselschakeling
Met een wisselschakeling kan één lamp bediend worden vanop twee verschillende plaatsen. Hiervoor worden twee wisselschakelaars gebruikt die met elkaar verbonden zijn. De stroomkring kan dus op twee plaatsen geopend of gesloten worden.
Kruisschakeling
Wanneer een lamp vanop drie of meer plaatsen bediend moet worden, gebruikt men een kruisschakeling. Een kruisschakelaar wordt geplaatst tussen twee wisselschakelaars. De kruisschakelaar wisselt de verbindingen tussen de schakeldraden.
Hierdoor kan de verlichting van meerdere plaatsen bediend worden.
In deze voorstellingen worden de standaard kleurcodes volgens het AREI gebruikt. De schema’s tonen:
- de verbinding vanaf de zekering in de verdeelkast;
- de voedingsdraden naar de schakelaar;
- de schakeldraden tussen schakelaar en lamp;
- de nulgeleider en aardingsgeleider die worden doorgelust.
De nulgeleider en aardingsgeleider lopen meestal rechtstreeks door naar de verbruiker en worden ter hoogte van de schakelaar verbonden met lasklemmen.