PIR en PUR blijven in prijs stijgen
Alternatieven zijn niet mogelijk of bijna uitgeput

Een nieuwe enquête van de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) toont dat de gevolgen van de prijsstijgingen en de langere levertermijnen voor de isolatiematerialen polyurethaan (PUR) en polyisocyanuraat (PIR) nog erger geworden zijn. De recente rondvraag toonde in juni dat meer dan 30% (tegenover 5% in april) van de bedrijven meer dan een kwart extra moet betalen voor PUR en PIR. Daarnaast is er ook geen verbetering merkbaar in de leveringstermijnen van PUR/PIR. Meer dan de helft van de respondenten heeft daardoor meer bouwplaatsen stilliggen dan in mei. Bijgevolg vreest 1 op 3 bedrijven voor ontslagen (tegenover 1 op 6 bedrijven in april).
Twee derde van de bouwbedrijven is nog niet kunnen overschakelen naar andere materialen. Marc Dillen, directeur van de VCB verklaart dat: “Uiteraard zijn er alternatieve isolatiematerialen voor PUR en PIR, maar vaak worden de te gebruiken materialen voorgeschreven in het bestek of is het technisch niet mogelijk om andere materialen te kiezen. Daarbij komt dat fabrikanten van bepaalde andere isolatiematerialen ook kampen met langere leveringstermijnen of zelfs de maximale productiecapaciteit bereikt hebben.” Enerzijds hoopt de VCB op een regeling van de Vlaamse regering die de prijsstijgingen erkent en een herziening van de prijzen mogelijk maakt. Anderzijds vraagt ze een verlenging van de overgangsmaatregel voor het fiscaal voordeel van dakisolatie. Meer en meer aannemers zien het einde van het jaar naderen, tegen dan moeten de beloofde dakisolatiewerken uitgevoerd zijn of de klant kan zijn fiscaal voordeel verliezen.