Extra steun voor bouwkmo’s

Werkgevers en vakbonden hebben een loonakkoord bereikt voor de arbeiders in de bouw. Dat akkoord bevat onder andere een loonsverhoging, het begin van een aanvullend pensioen voor bedienden en een verplichte veiligheidsopleiding.
Het loonakkoord dat werkgevers en vakbonden afsloten, bepaalt dat de lonen vanaf 1 december 2021 met 0,4% stijgen, maar bevat geen retroactieve loonsverhogingen. Daarnaast krijgen bouwarbeiders een eenmalige premie in de vorm van een ecocheque van 130 euro toegekend. Er komt ook een basiscoronapremie van 150 euro voor iedereen die minstens één dag gewerkt heeft tijdens het tweede kwartaal van 2020. Voor arbeiders tewerkgesteld in bedrijven die in 2020 geen verlies hebben gemaakt komt er een extra coronapremie van 150 euro.
Voor bedienden geldt een begin van aanvullend pensioen vanaf 1 januari 2023, gefinancierd door de jaarpremie. Verder worden de laagste aanvullende pensioenen van de arbeiders opgetrokken. Die laatste ingreep wordt gefinancierd vanuit de beschikbare middelen uit de SWT-stelsels, ze brengen dus geen extra kost voor de bouwbedrijven met zich mee. Er is bovendien een ‘opt out’ voorzien voor bedrijven die al een aanvullend pensioen geven aan hun bedienden.
Nog in het loonakkoord staat dat er een verplichte veiligheidsopleiding van acht uur komt voor iedereen die op een werf werkt, met een vereenvoudigde procedure voor kleinere werven. Tevens werd er een akkoord bereikt over de opleidingstussenkomsten: kmo-werkgevers zullen kunnen rekenen op een nieuw systeem van terugbetaling van loonkost wanneer ze de arbeiders opleidingen laten volgen. Daarnaast zullen de 280 fiscaalvriendelijke overuren, die nu gelden voor wegenbouwers, ook uitgebreid worden naar de spoorbouwarbeiders.