Klimaatadaptatie vraagt om een andere kijk op ons grondgebied
Extreme hitte, hevige regenval, biodiversiteitsverlies en de omslag naar koolstofvrije energie zetten onze ruimte steeds sterker onder druk. Volgens David De Borman van ARIES Consultants volstaat het niet om afzonderlijke klimaatmaatregelen te nemen.
Ruimtelijke ordening onder toenemende klimaatdruk
De hoge temperaturen van het voorjaar en de zomer van 2026 herinneren eraan hoe ingrijpend de gevolgen van de klimaatverandering kunnen zijn. Hoewel de precieze impact moeilijk te kwantificeren blijft, zijn de verstoringen en de gevolgen waarop we ons moeten voorbereiden inmiddels uitgebreid gedocumenteerd. Daarbij moet op twee fronten tegelijk worden gewerkt: de oorzaken van de klimaatverandering verminderen én onze gebieden aanpassen aan de gevolgen ervan. Mitigatie en adaptatie zijn beide noodzakelijk.
Volgens David De Borman van ARIES Consultants stelt die dubbele opgave fundamentele vragen over de manier waarop we onze ruimtelijke ordening organiseren. De doelstellingen van Europa, België en de gewesten dwingen ons na te denken over de toekomst van onze gebieden. Tegelijk blijkt het bijzonder moeilijk om antwoorden te formuleren die in verhouding staan tot de omvang van de uitdaging.
De veerkracht van gebieden testen
De urgentie neemt toe. We moeten ons voorbereiden op klimaatgebeurtenissen waarvan zowel de intensiteit als de frequentie zal stijgen. Dat vraagt om anticipatie en om concrete maatregelen die onze huidige praktijken aanpassen.
De gevolgen daarvan raken volgens De Borman alle actoren. Ze hebben betrekking op ruimtelijke ordening en grondgebruik, maar ook op de organisatie van economische activiteiten, de bouw van infrastructuur en gebouwen en de economische exploitatie van het grondgebied.
Daarom pleit hij ervoor om de veerkracht van gebieden te testen. Zo kunnen geloofwaardige oplossingskaders worden ontwikkeld en kan duidelijk worden welke keuzes en afwegingen noodzakelijk zijn. ARIES Consultants werkt hiervoor aan een methodologisch kader dat kan worden aangepast aan verschillende territoriale schaalniveaus en actoren.
Steeds meer claims op dezelfde ruimte
Zonder een duidelijke visie neemt de druk op het grondgebied verder toe. Gebieden moeten bestand zijn tegen periodes van extreme hitte, afgewisseld met stortregens. Tegelijk moeten ze ruimte bieden voor herstel van biodiversiteit, woningbouw en bedrijven, een aangepaste landbouw en de ontwikkeling van koolstofvrije energie. Ook de capaciteit om koolstof op te slaan moet omhoog.
Om tegen 2050 koolstofneutraliteit te bereiken, zullen Wallonië, Vlaanderen en Brussel daarom hun prioriteiten moeten bepalen en de inspanningen onderling moeten verdelen, rekening houdend met hun specifieke kenmerken.
Precies daar ziet De Borman een structureel probleem. De huidige administratieve en politieke architectuur van België is volgens hem niet georganiseerd om deze opgave adequaat aan te pakken. Het federale niveau wordt daardoor opnieuw strategisch voor de manier waarop gebieden bijdragen aan de gezamenlijke inspanning.
Klimaatbeleid voorbij administratieve grenzen
Niet ieder gebied heeft immers dezelfde rol. Welke prioriteiten gelden voor steden en welke voor het platteland? Wat is nodig in industriële valleien, havengebieden, stroomgebieden, bossen en natuurgebieden?
Volgens De Borman sluit de huidige administratieve indeling onvoldoende aan bij dergelijke vraagstukken. Brussel is daarvan een uitgesproken voorbeeld. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is kleiner dan de feitelijke stad waarvan het de naam draagt. Ernstig nadenken over de klimaatuitdagingen kan daarom niet beperkt blijven tot de negentien Brusselse gemeenten.
Dat roept fundamentele vragen op. Welke rol speelt Brussel binnen de Belgische klimaatstrategie? Over welke hefbomen beschikt het gewest om daadwerkelijk impact te hebben? En zijn die dezelfde als in de andere delen van Brabant of elders in België?
Voor De Borman is het beantwoorden van dergelijke vragen essentieel. Klimaatadaptatie wordt daarmee niet alleen een technische of ruimtelijke opgave, maar ook een bestuurlijke. Willen we onze gebieden daadwerkelijk voorbereiden op een veranderend klimaat, dan moet ook de schaal waarop we beslissingen nemen ter discussie worden gesteld.
Bron: ecobuild.brussels