Aarding
Aarding is een van de belangrijkste beveiligingen in een elektrische installatie. Ze zorgt ervoor dat foutstromen veilig naar de aarde worden afgevoerd. Hierdoor wordt het risico op elektrische schokken, beschadiging van toestellen en brand sterk verminderd. Een goede aarding vormt samen met de differentieelschakelaar de basis van een veilige elektrische installatie. In dit hoofdstuk bespreken we de aarding van woningen.
Het principe van aarding
Een correcte aardingsinstallatie zorgt ervoor dat een isolatiefout meteen gedetecteerd wordt. De bijhorende differentieelschakelaar schakelt dan de spanning af. Daarom wordt de omkasting van alle elektrische toestellen van klasse 1 via een beschermingsgeleider verbonden met de aarde.
Daarnaast zorgen equipotentiale verbindingen ervoor dat alle aanraakbare metalen delen in een woning op dezelfde spanning staan als de aarde of elkaar.
De beschermingsgeleiders en de equipotentiale verbindingen worden in geelgroene draad uitgevoerd.
Wat moet geaard worden?
In een woning moeten onder andere volgende delen geaard zijn:
- alle stopcontacten;
- alle verlichtingspunten;
- alle toestellen van klasse 1;
- alle metalen onderdelen van
- het gebouw die je rechtstreeks aan kunt raken (je hoeft dus niet onmiddellijk het pleister werk te verwijderen om een verborgen metalen steunbalk te aarden);
- alle metalen leidingen;
- Ook installaties met zonnepanelen, thuisbatterijen en laadpalen moeten correct geaard worden.
Bovendien moeten alle vreemde geleidende delen in de badkamer (water- en gasleidingen, badkuip, douchevloer, …) met elkaar verbonden zijn.
Aardingslus
Bij nieuwbouwwoningen wordt een aardingslus geplaatst, tenzij dit onmogelijk is (bv. wanneer de diepte van de funderingssleuf onvoldoende is). De aardingslus is een koperen geleider die:
- onder de fundering ligt;
- rechtstreeks contact maakt met de aarde;
- geen contact maakt met beton;
- een lage weerstand naar de grond vormt.
De aardingslus wordt geplaatst in de funderingssleuf rond de woning.
Aardingspinnen
Bij bestaande woningen of renovaties gebruikt men vaak aardingspinnen. Dit zijn metalen staven die diep in de grond worden geslagen. Soms worden meerdere pinnen met elkaar verbonden om een betere aarding te verkrijgen.
Aardingsonderbreker
De aardingslus of -pin wordt via de aardingsgeleider aangesloten op een aardingsonderbreker of scheidingsstrip. Deze moet:
- bereikbaar blijven;
- enkel met gereedschap geopend kunnen worden.
Via de aardingsonderbreker kan de aardingsweerstand worden gemeten tijdens een keuring.
Hoofdaardingsklem
De hoofdaardingsklem zit vlak boven de aardingsonderbreker. Hierop worden aangesloten:
- de aardingsrail in de verdeelkast;
- metalen leidingen van water, gas (aardgas of in flessen), verwarming, airco;
- metalen delen van de constructie van het gebouw

Equipotentiale verbindingen
Met equipotentiale verbindingen worden metalen delen met elkaar en/of met de aarde verbonden. Hierdoor kunnen geen gevaarlijke spanningsverschillen ontstaan. Voorbeelden:
- metalen leidingen van water, gas (aardgas of in flessen), verwarming, airco;
- metalen delen van de constructie van het gebouw.
In badkamers zijn bijkomende equipotentiale verbindingen extra belangrijk door de aanwezigheid van vocht. Daarom worden alle vreemde geleidende delen in de badkamer (water- en gasleidingen, badkuip, douchevloer, …) met elkaar verbonden.
Aarding en de verdeelkast
In de verdeelkast komen alle geelgroene beschermingsgeleiders samen op de aardingsrail. De aardingsrail is via de hoofdbeschermingsgeleider verbonden met de hoofdaardingsklem, vlak boven de aardingsonderbreker. Wanneer een isolatiefout optreedt, vloeit de stroom via deze verbinding naar de aarde en schakelt de bijhorende differentieelschakelaar af.
Aardingsweerstand
De kwaliteit van een aarding wordt uitgedrukt in de aardingsweerstand of spreidingsweerstand.
Een lage weerstand betekent:
- betere afvoer van foutstromen;
- hogere veiligheid.
Bij een keuring wordt gecontroleerd of de weerstand voldoende laag is. Een spreidingsweerstand hoger dan 100 Ω wordt als onveilig en niet conform beschouwd
De spreidingsweerstand bepaalt de keuze van differentieelschakelaar. Bij een weerstand tussen 30 en 100 Ω gelden strengere eisen dan bij een weerstand tot 30 Ω.
Samenwerking met de differentieel
De aarding werkt samen met de differentieelschakelaar.
Bij een isolatiefout:
- vloeit de stroom via de aarde weg;
- detecteert de differentieel een verschil tussen ingaande en terugkerende stroom;
- schakelt de installatie automatisch uit.
Zo worden personen beschermd tegen elektrische schokken. Ook het risico op beschadiging van toestellen en brand neemt af.